Beste Oth, ik begeleid heel veel kinderen in mijn praktijk
en ik kom ontzettend veel boosheid tegen. Mijn vraag is
wat deze kinderen nodig hebben?
Deze kinderen kun jij ruimte en vrijheid geven om boos te zijn. Boosheid is aanwezig vanuit onmacht. Zij zien een wereld die niet van hen is. Zij zien een wereld waar ze niet voor gekomen zijn. Zij zien een wereld die hen een doel oplegt wat hun doel niet is. Ze zijn niet boos, ze zijn opstandig omdat zij nog niet aan hun trekken komen, omdat hun kwaliteiten als het ware nog niet gezien, herkend en erkend worden.
Dat is hun opstandigheid. En de nieuwe tijd zal hen vanzelf hun positie geven, hen de kans geven om hun kwaliteit te zijn. Maar in de tussentijd zijn zij gefrustreerd, voelen zij zich niet serieus genomen, voelen zij zich niet begrepen. Gun deze kinderen hun boosheid. Noem het geen boosheid, noem het opstandigheid. Daardoor zul je hen de ruimte geven – indien mogelijk – om hun eigen kwaliteiten te herkennen. Kijk waar ze goed in zijn. Benoem waar ze goed in zijn. Laat ze een uitlaatklep vinden in dat waar ze goed in zijn en ga niet steeds benadrukken waar ze niet goed in zijn. Geef hen de ruimte om hun opstandigheid te ventileren en leer hen met mondjesmaat wat het is om jezelf te zijn, wat het is om een vernieuwer te zijn. Want een vernieuwer wordt in de oude tijd niet begrepen. Het ligt niet aan de mensen, het ligt aan de tijd.